
Wildvang, F1, F2 of nakweek: hoe zit dat precies?
Wie zich bezighoudt met de terrariumhobby, komt regelmatig termen tegen als wildvang, F1, F2 en nakweek. Maar wat betekenen deze aanduidingen precies? En hoe weet je hoe ver een dier van zijn wilde voorouders afstaat?
In dit artikel leggen we de begrippen stap voor stap uit.
Wat betekent wildvang?
De term wildvang is voor veel liefhebbers een bekend begrip. Het betekent simpelweg dat een dier rechtstreeks uit het wild afkomstig is en daar is gevangen.
Wilde populaties zijn vaak groot en verspreid over verschillende gebieden. Daardoor behouden deze dieren doorgaans de genetische eigenschappen en het uiterlijk die kenmerkend zijn voor hun soort in de natuur.
Gelukkig worden niet alle dieren uit het wild gehaald. Veel soorten worden inmiddels succesvol in gevangenschap gekweekt. Dat roept een logische vraag op: hoe geef je aan hoeveel generaties een dier verwijderd is van zijn wilde voorouders?
Daarvoor gebruikt de terrariumhobby de aanduidingen F1, F2 en F3.
Waar komen F1, F2 en F3 vandaan?
Deze notatie vindt haar oorsprong in de genetica. De monnik Gregor Mendel deed in de negentiende eeuw onderzoek naar de overerving van eigenschappen bij planten. Daarbij gebruikte hij generatienotaties om bij te houden hoe eigenschappen van ouders op hun nakomelingen werden overgedragen.
De letter F staat voor filial, een term die verwijst naar een nakomelingengeneratie. In de genetica wordt F1 gebruikt voor de eerste nakomelingengeneratie van een ouderkruising, F2 voor de daaropvolgende generatie en zo verder.
Binnen de terrariumhobby wordt deze notatie vooral praktisch gebruikt: om aan te geven hoeveel generaties nakweek er tussen een dier en zijn wildvangouders zitten.
De verschillende generaties op een rij
De aanduidingen zijn eenvoudig te begrijpen als je ze achter elkaar zet:
Wildvang (WV): een dier dat rechtstreeks uit het wild is gevangen.
F1: nakweek van twee wildvangouders van dezelfde soort.
F2: nakweek van twee F1-dieren.
F3: nakweek van twee F2-dieren.
Elke volgende generatie staat daarmee een stap verder af van de oorspronkelijke wildvangouders.
Let op: deze aanduidingen zeggen iets over de afstamming, maar garanderen op zichzelf niet dat een dier genetisch identiek is aan een wilde populatie.
NK en CB: wat betekenen die afkortingen?
Voor dieren die in gevangenschap zijn geboren en gekweekt, kom je ook de afkortingen NK en CB tegen.
NK staat voor nakweek.
CB staat voor captive bred, oftewel in gevangenschap gekweekt.
Beide termen geven aan dat een dier niet rechtstreeks uit het wild afkomstig is. Ze vertellen echter niet automatisch hoeveel generaties nakweek eraan voorafgingen.
En wat komt er na F3?
Na F3 wordt in de praktijk vaak niet verder gespecificeerd hoeveel generaties er zijn gekweekt. Men spreekt dan gewoon van nakweek.
Maar hoe zit het met een dier waarvan de ouders verschillende generaties hebben? Denk bijvoorbeeld aan een wildvangman die wordt gekruist met een F1-vrouw.
De jongen zijn dan niet zonder meer als F1 of F2 aan te duiden. Een praktische manier om de afstamming vast te leggen, is WV × F1. Zo is direct duidelijk welke ouderlijke generaties bij de nakweek betrokken zijn.
Houd het eenvoudig en wees eerlijk over de herkomst
Het belangrijkste is dat de gebruikte termen duidelijk en betrouwbaar zijn.
Gebruik wildvang uitsluitend voor dieren die daadwerkelijk in het wild zijn gevangen. Gebruik de aanduidingen F1, F2 en F3 alleen wanneer de afstamming bekend is en de dieren aan de betreffende definitie voldoen.
Is de herkomst niet volledig bekend? Dan is de algemene aanduiding nakweek vaak de verstandigste keuze. Zo voorkom je dat je meer zekerheid over de afstamming suggereert dan je daadwerkelijk hebt.
Uiteraard gaan we hierbij uit van ouders die tot dezelfde soort behoren. Worden dieren van verschillende soorten met elkaar gekruist, dan spreken we in de terrariumhobby van hybriden. Ook wanneer de ouderdieren allebei wildvang zijn, maakt dat hun nakomelingen niet tot F1 in de gebruikelijke betekenis die we hier hanteren.
Veel liefhebbers richten zich immers juist op het behouden van de oorspronkelijke soorten of op het gericht kweken van specifieke varianten.
Kortom: ken je de herkomst en afstamming van je dieren, dan kun je die met WV, F1, F2 of F3 nauwkeurig aanduiden. Is die informatie niet beschikbaar, gebruik dan gewoon de term nakweek. Duidelijkheid over de herkomst is uiteindelijk belangrijker dan een ingewikkelde aanduiding.
Auteur: J. de Lange — John de Lange
Oorspronkelijke bron: Hobbykwekers.nl – Wildvang, F1, F2, nakweek: hoe werkt dat?
Auteursinformatie: J. de Lange
Copyright van de oorspronkelijke tekst: hobbykwekers.nl.
